ECLI:NL:GHARN:2010:BM8079
Gerechtshof Arnhem
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep over onredelijk bezwarend verlengingsbeding ziekteverzuimverzekering
In deze civiele zaak stond de vraag centraal of het beding van stilzwijgende verlenging voor drie jaar in een ziekteverzuimverzekering onredelijk bezwarend was in de zin van artikel 6:233 sub a BW Pro. De appellant, een kleine ondernemer, had de verzekering per fax opgezegd en betwistte de premiebetalingen over de jaren 2003-2005. Het hof onderzocht de bewijslevering, waaronder verklaringen van de appellant en een medewerker van Achmea, en concludeerde dat de opzegging niet voldoende was bewezen.
Het hof overwoog dat de verzekering vrijwillig en voor langere duur was gesloten, dat het verlengingsbeding duidelijk op het polisblad stond en dat de appellant de verzekering had kunnen beëindigen bij ontvangst van het polisblad. De belangen van partijen werden afgewogen: flexibiliteit was gewenst door de appellant, maar een kortere looptijd zou de verzekering voor Achmea verliesgevend maken. Het dreigend faillissement van de appellant bracht het beding niet onredelijk bezwarend.
Daarnaast werd beoordeeld of Achmea op grond van redelijkheid en billijkheid haar opzeggingsbevoegdheid had moeten gebruiken of dat het onaanvaardbaar was dat zij premie bleef vorderen terwijl de dekking geschorst was. Het hof verwierp deze stellingen en wees het beroep op artikel 7:939 BW Pro af omdat geen tussentijdse opzegging was bewezen.
Ten aanzien van de hoogte van de premie stelde het hof vast dat Achmea onvoldoende loonopgaven en premieberekeningen had overlegd. Het hof corrigeerde daarom de premiebedragen op basis van door de appellant aangeleverde gegevens en veroordeelde hem tot betaling van een lager bedrag dan de rechtbank had vastgesteld. Tevens werd Achmea veroordeeld tot terugbetaling van eventueel te veel betaalde bedragen.
Het hof vernietigde het vonnis van de rechtbank en deed opnieuw recht, waarbij het verlengingsbeding niet onredelijk werd bevonden, maar de premiebetaling werd verminderd. De appellant werd veroordeeld in de kosten van beide instanties.
Uitkomst: Het hof vernietigt het vonnis en veroordeelt appellant tot betaling van een lager premiebedrag met rente en kosten, en Achmea tot terugbetaling van teveel betaalde bedragen.