ECLI:NL:GHARN:2010:BM9846
Gerechtshof Arnhem
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen niet-ontvankelijkverklaring bezwaarschriften belastingaanslagen
Belanghebbende heeft bezwaar gemaakt tegen vijf belastingaanslagen over de jaren 2002 tot en met 2004, waaronder navorderingsaanslagen IB/PVV en WAZ, en een naheffingsaanslag OB. De Inspecteur verklaarde de bezwaarschriften tegen drie aanslagen niet-ontvankelijk wegens het ontbreken van de gronden van het bezwaar. De rechtbank Arnhem verklaarde de beroepen ongegrond. Belanghebbende stelde hoger beroep in tegen deze uitspraken.
Het Gerechtshof Arnhem oordeelt dat de Inspecteur ten onrechte de bezwaarschriften niet-ontvankelijk heeft verklaard, omdat belanghebbende in eerdere bezwaarprocedures wel degelijk gemotiveerd heeft aangegeven het niet eens te zijn met de correcties op basis van vermogensvergelijkingen en hypotheekrenteaftrek. Artikel 6:5 Awb Pro stelt geen eisen aan de gefundeerdheid van de motivering, waardoor het ontbreken van een uitgebreide motivering niet tot niet-ontvankelijkheid mag leiden.
Het hof vernietigt de uitspraken van de rechtbank en de Inspecteur en wijst de zaken terug aan de Inspecteur om opnieuw op de bezwaren te beslissen, inclusief de bezwaren tegen de heffingsrente. Tevens veroordeelt het hof de Inspecteur in de proceskosten en gelast vergoeding van griffierechten. Het hoger beroep van belanghebbende wordt gegrond verklaard.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt gegrond verklaard, de uitspraken van de rechtbank en Inspecteur worden vernietigd en de zaken worden terugverwezen naar de Inspecteur voor hernieuwde beslissing.