ECLI:NL:GHARN:2010:BN0770
Gerechtshof Arnhem
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beoordeling ontvankelijkheid hoger beroep en proceskostenveroordeling in civiele zaak over liquidatietarief
In deze civiele zaak stond de ontvankelijkheid van het hoger beroep van appellant centraal, die zich verzette tegen de proceskostenveroordeling van € 1.000,- opgelegd door de kantonrechter. Appellant vorderde vernietiging van het vonnis en een lagere kostenbegroting van € 300,- voor het salaris van de gemachtigde. Het hof beoordeelde dat de appelrechter gebonden is aan de waarde van de vordering zoals vastgesteld door de kantonrechter, die de vordering als van onbepaalde waarde had aangemerkt.
Het hof oordeelde dat er geen aanwijzingen waren dat de vordering de appellabiliteitsgrens van € 1.750,- niet te boven ging, waardoor appellant ontvankelijk was in hoger beroep. De grief van appellant tegen de hoogte van de proceskostenveroordeling werd verworpen, omdat het liquidatietarief geen recht in de zin van artikel 79 Wet Pro RO vormt en de kantonrechter geen kennelijke misslag had gemaakt.
Het hof bekrachtigde het vonnis van 13 mei 2009 en verklaarde appellant niet-ontvankelijk in hoger beroep tegen het verbetervonnis van 10 juni 2009. Appellant werd veroordeeld in de kosten van het hoger beroep, begroot op € 894,- voor salaris en € 262,- voor griffierecht, met veroordeling tot betaling binnen veertien dagen en wettelijke rente bij uitblijven van betaling.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt het vonnis van de kantonrechter en veroordeelt appellant in de kosten van het hoger beroep.