ECLI:NL:GHARN:2010:BN1384
Gerechtshof Arnhem
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep vennootschapsbelasting: zakelijke aard terreinbestrating en helikopterkosten deels erkend
Belanghebbende, een vennootschap, was in geschil met de Inspecteur over de aftrekbaarheid van uitgaven voor terreinbestrating en helikopterkosten in de vennootschapsbelasting over de jaren 1997 tot en met 2003. De rechtbank had een deel van de aanslagen verminderd, maar belanghebbende en de Inspecteur gingen in hoger beroep.
Het Hof stelde vast dat de terreinbestrating bij aanvang van de huurovereenkomst een beperkte waarde had en dat de bovenmatige slijtage vanaf 1997 was ontstaan door intensief gebruik. De uitgaven voor herstel van deze bovenmatige slijtage konden slechts voor een bedrag van €40.000 als zakelijk worden aangemerkt; het meerdere was een verkapte uitdeling aan de aandeelhouder. Ook de helikopterkosten werden grotendeels als onzakelijk beoordeeld, omdat deze hoofdzakelijk ten behoeve van de aandeelhouder waren gemaakt.
Het Hof vernietigde de uitspraak van de rechtbank voor de jaren 1997 en 2002, stelde de aanslag voor 1997 lager vast en voor 2002 op nihil, en wees het incidentele hoger beroep van de Inspecteur toe. Tevens veroordeelde het Hof de Inspecteur in de proceskosten van belanghebbende en bepaalde dat het betaalde griffierecht werd vergoed.
De uitspraak benadrukt het belang van het onderscheid tussen zakelijke kosten en onttrekkingen in de vennootschapsbelasting en bevestigt dat kosten die hoofdzakelijk de aandeelhouder bevoordelen niet aftrekbaar zijn.
Uitkomst: Het hof vermindert de aanslag vennootschapsbelasting 1997, stelt de aanslag 2002 nihil vast, en verklaart het incidentele hoger beroep van de Inspecteur gegrond.