ECLI:NL:GHARN:2010:BN1670
Gerechtshof Arnhem
- Hoger beroep
- H. Heins
- G.M. Meijer-Campfens
- G.N. Roes
- Rechtspraak.nl
Veroordeling wegens het aanwezig hebben van hennepplanten in woning
Het gerechtshof Arnhem heeft het vonnis van de politierechter in hoger beroep vernietigd en verdachte opnieuw veroordeeld wegens het aanwezig hebben van circa 326 hennepplanten in zijn woning.
De verdenking was gebaseerd op twee anonieme meldingen en eerdere politie-informatie over hennepteelt door verdachte. Hoewel sprake was van een onherstelbaar vormverzuim bij het binnentreden van de woning en het ontbreken van voorafgaande advocaatconsultatie bij het eerste verhoor (Salduz-verweer), oordeelde het hof dat de binnentreding gerechtvaardigd was door een machtiging en dat de verklaring van verdachte tegenover de politie uitgesloten moest worden van bewijs.
De verklaring van verdachte voor de politierechter werd wel als bewijs gebruikt. Het hof achtte bewezen dat verdachte samen met medeverdachte hennepplanten teelde en aanwezig had, kwalificeerde dit als een strafbaar feit onder de Opiumwet en veroordeelde verdachte tot een werkstraf van 84 uur met een vervangende hechtenis van 42 dagen.
Persoonlijke omstandigheden en eerdere veroordelingen van verdachte werden meegewogen, maar eerdere veroordelingen lagen meer dan vijf jaar terug en werden niet strafverzwarend meegewogen. Het hof volgde landelijke oriëntatiepunten en stelde de straf passend vast.
Uitkomst: Verdachte is veroordeeld tot een werkstraf van 84 uur wegens het aanwezig hebben van hennepplanten in zijn woning.