ECLI:NL:GHARN:2010:BN2072

Gerechtshof Arnhem

Datum uitspraak
1 juni 2010
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
200.013.525
Instantie
Gerechtshof Arnhem
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Ontbinding pachtovereenkomst met ontruiming per einde lopende pachttermijn

Het gerechtshof Arnhem heeft in hoger beroep de eerdere vonnissen van de pachtkamer van de rechtbank Middelburg vernietigd en opnieuw recht gedaan. De zaak betreft een geschil over de ontbinding van een pachtovereenkomst tussen appellant en geïntimeerden. Het hof heeft vastgesteld dat de bankgarantie geldig is tot 1 januari 2015 en heeft op basis daarvan geoordeeld dat de ontbinding van de pachtovereenkomst moet plaatsvinden per het einde van de lopende pachttermijn, te weten 1 oktober 2012.

Het hof heeft appellant veroordeeld om het gepachte per 1 oktober 2012 te ontruimen en in goede staat en vrij van onkruiden aan geïntimeerden ter beschikking te stellen. Tevens is appellant veroordeeld in de proceskosten van zowel de eerste aanleg als het hoger beroep, waarbij het hof heeft overwogen dat appellant op wezenlijke punten in het ongelijk is gesteld en dat hij de kosten van de procedure nodeloos heeft veroorzaakt.

Het arrest is gewezen door een meervoudige kamer, inclusief deskundige leden, en is uitgesproken in een openbare terechtzitting op 1 juni 2010. Het hof wijst het meer of anders gevorderde af en verklaart het arrest uitvoerbaar bij voorraad.

Uitkomst: De pachtovereenkomst wordt ontbonden per 1 oktober 2012 en appellant wordt veroordeeld tot ontruiming en proceskostenbetaling.

Uitspraak

GERECHTSHOF ARNHEM
Sector civiel recht
zaaknummer 200.013.525
(zaaknummer rechtbank 149950)
arrest van de pachtkamer van 1 juni 2010
inzake
[appellant],
wonende te [adres],
appellant,
advocaat: mr. F.A.M. Knüppe,
tegen:
1. [geïntimeerde sub 1],
wonende te [adres],
2. [geïntimeerde sub 2]
wonende te [adres],
geïntimeerden,
advocaat: mr. W.A.J. Hagen.
1 Het verloop van het geding
1.1 Voor het geding tot aan de arresten van 18 augustus 2009 en 19 januari 2010 verwijst het hof naar die arresten.
1.2 Naar aanleiding van laatstgenoemd arrest heeft [appellant] bij akte een afschrift van een nieuwe bankgarantie overgelegd.
1.3 [geïntimeerde] is vervolgens door het hof in de gelegenheid gesteld om bij antwoordakte te reageren, maar heeft daarvan afgezien.
1.4 Vervolgens hebben partijen andermaal de stukken voor het wijzen van arrest aan het hof overgelegd.
2 De motivering van de beslissing in hoger beroep
2.1 De bij zijn laatste akte door [appellant] overgelegde bankgarantie is geldig tot 1 januari 2015. Gelet op hetgeen het hof bij de arresten van 18 augustus 2009 en 19 januari 2010 heeft overwogen en beslist, moet thans de slotsom zijn dat de grieven deels doel treffen, dat de bestreden vonnissen dienen te worden vernietigd en dat, opnieuw recht doende, de vordering tot ontbinding van [geïntimeerde] wordt toegewezen met ingang van het einde van de lopende pachttermijn op 1 oktober 2012. Het hof zal de ontruiming eveneens bepalen op 1 oktober 2012.
2.2 Het hof zal [appellant], overeenkomstig hetgeen bij het tussenarrest van 18 augustus 2009 onder 4.23 is overwogen, veroordelen in de proceskosten in beide instanties, eensdeels op de grond dat hij op wezenlijke punten in het ongelijk is gesteld, en anderdeels op de grond dat de kosten van de procedure nodeloos door hem zijn veroorzaakt.
3 De beslissing
Het hof, recht doende in hoger beroep:
vernietigt de vonnissen van de pachtkamer van de rechtbank Middelburg, sector kanton, locatie Terneuzen, van 5 maart 2008 en 6 augustus 2008 en doet opnieuw recht;
ontbindt de tussen partijen bestaande pachtovereenkomst met ingang van het einde van de lopende pachttermijn op 1 oktober 2012;
veroordeelt [appellant] om het gepachte per 1 oktober 2012 te ontruimen en in goede staat en vrij van onkruiden ter beschikking van [geïntimeerde] te stellen;
veroordeelt [appellant] in de proceskosten, tot op deze uitspraak aan de zijde van [geïntimeerde] wat betreft de eerste aanleg begroot op € 1.590,31, waaronder begrepen een bedrag van € 1.400,— voor salaris gemachtigde, en wat betreft het hoger beroep begroot op € 2.682,— voor salaris gemachtigde en € 254,— voor griffierecht en verklaart dit arrest in zoverre uitvoerbaar bij voorraad;
wijst af het meer of anders gevorderde.
Dit arrest is gewezen door mrs. W.L. Valk, M.M. Olthof en H.L. van der Beek en de deskundige leden ing. L.L.M. de Lorijn en ir. H.B.M. Duenk, en is in tegenwoordigheid van de griffier uitgesproken ter openbare terechtzitting van 1 juni 2010.