ECLI:NL:GHARN:2010:BN4011
Gerechtshof Arnhem
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Gerechtshof bevestigt kwalificatie van overeenkomst als pachtovereenkomst ondanks betwisting na afloop
In deze civiele zaak stond centraal of een overeenkomst tussen partijen kwalificeert als een pachtovereenkomst. De overeenkomst betrof het gebruik van varkensstallen en varkensrechten van 1 oktober 1998 tot 1 oktober 2003. De pachter stelde zich in reconventie op het standpunt dat sprake was van pacht en vorderde een verklaring voor recht en terugbetaling van teveel betaalde pachtprijs.
De pachtkamer van de rechtbank wees de vorderingen in reconventie af, omdat het beroep op pacht pas bijna vijf jaar na het einde van de overeenkomst werd gedaan en dit volgens de rechtbank onaanvaardbaar was op grond van redelijkheid en billijkheid. Het hof oordeelde echter dat hoewel het pachtrecht dwingendrechtelijk is, dit niet uitsluit dat de beperkende werking van redelijkheid en billijkheid kan gelden, maar dat hiervoor zware eisen gelden.
Het hof vond dat de feiten en omstandigheden die de rechtbank aanvoerde onvoldoende waren om het beroep op pachtbescherming af te wijzen. Ook de aanvullende argumenten van de wederpartij waren onvoldoende om het beroep op pachtbescherming onaanvaardbaar te achten. Het hof kwalificeerde de overeenkomst als pachtovereenkomst en wees de vordering tot terugbetaling af omdat deze vooruitliep op een nog te bepalen pachtprijs. De kosten van het geding werden aan de wederpartij opgelegd.
Uitkomst: De overeenkomst wordt gekwalificeerd als pachtovereenkomst en de vordering tot terugbetaling wordt afgewezen.