ECLI:NL:GHARN:2010:BN4786
Gerechtshof Arnhem
- Hoger beroep
- Melssen
- Bosch
- Groot
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid verzoek voorlopige voorziening en schorsing uitvoerbaarheid bij voorraad in alimentatiegeschil
In deze zaak heeft de vrouw bij het gerechtshof Arnhem hoger beroep ingesteld tegen een beschikking van de rechtbank Zwolle-Lelystad inzake alimentatie. Zij verzocht tevens om voorlopige voorzieningen en de schorsing van de uitvoerbaarheid bij voorraad van de bestreden beschikking.
Het hof oordeelde dat het verzoek tot het treffen van een voorlopige voorziening op grond van artikel 223 Rv Pro niet ontvankelijk is, omdat dit artikel alleen van toepassing is op dagvaardingsprocedures en niet op verzoekschriftprocedures zoals in deze zaak. Het voorwaardelijke verzoek tot schorsing van de uitvoerbaarheid bij voorraad kon daarom niet worden behandeld.
Daarnaast constateerde het hof dat de rechtbank een juridische misslag had begaan door de alimentatie voor een bepaalde periode lager vast te stellen dan het geldende bedrag, maar dat dit geen aanleiding gaf tot schorsing omdat de man vrijwillig het hogere bedrag betaalde. Het hof stelde vast dat het beginsel van hoor en wederhoor niet was geschonden ondanks de afwezigheid van partijen bij de zitting.
De vrouw werd niet-ontvankelijk verklaard in haar verzoek tot voorlopige voorziening en het voorwaardelijke verzoek tot schorsing werd niet in behandeling genomen, waarmee de beschikking van de rechtbank in stand bleef.
Uitkomst: Verzoek tot voorlopige voorziening niet-ontvankelijk verklaard en voorwaardelijk verzoek tot schorsing uitvoerbaarheid bij voorraad niet in behandeling genomen.