ECLI:NL:GHARN:2010:BN5030
Gerechtshof Arnhem
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek tot hernieuwde toelating schuldsaneringsregeling ondanks schrijnende omstandigheden
Appellante, een alleenstaande vrouw met een schuldenlast van ruim €19.000 en een WAO-uitkering, verzocht om hernieuwde toepassing van de wettelijke schuldsaneringsregeling. Haar eerdere regeling was op 26 april 2003 geëindigd met een schone lei. De rechtbank Almelo wees haar verzoek af op grond van artikel 288 lid 2 sub d Faillissementswet Pro, omdat minder dan tien jaar waren verstreken sinds de vorige regeling.
Appellante voerde aan dat haar schrijnende persoonlijke omstandigheden, waaronder een slechte gezondheid door een recente tia en misbruik door haar drugsverslaafde dochter, een uitzondering op de afwijzingsgrond rechtvaardigden. Zij stelde dat de wetgever deze situatie niet had voorzien en verwees naar een conclusie van de Advocaat-Generaal die ruimte zag voor uitzonderingen.
Het hof oordeelde dat de wetgever met de herziening van de Wet Schuldsaneringsregeling Natuurlijke Personen per 1 januari 2008 expliciet een imperatieve afwijzingsgrond heeft gecreëerd voor gevallen zoals deze. Hoewel uitzonderingen onder zeer bijzondere omstandigheden mogelijk zijn, waren die hier niet aanwezig, mede omdat appellante enige verwijtbaarheid ten aanzien van haar schuldensituatie kon worden toegerekend.
Het hoger beroep faalde en het hof bekrachtigde het vonnis van de rechtbank Almelo van 22 juni 2010 waarin het verzoek tot hernieuwde toelating tot de schuldsaneringsregeling werd afgewezen.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt het vonnis dat het verzoek tot hernieuwde toelating tot de schuldsaneringsregeling afwijst.