ECLI:NL:GHARN:2010:BN5873
Gerechtshof Arnhem
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep wegens bedreiging en overtreding tijdelijk huisverbod met gedeeltelijke voorwaardelijke gevangenisstraf
In hoger beroep is de strafzaak behandeld tegen verdachte die werd verdacht van bedreiging van zijn ouders en het overtreden van een tijdelijk huisverbod opgelegd door de burgemeester. De rechtbank had het feit van overtreding van het huisverbod niet strafbaar geacht vanwege onduidelijkheid in de tenlastelegging, maar het hof oordeelt anders.
Het hof stelt vast dat het huisverbod terecht was opgelegd op grond van artikel 2 van Pro de Wet tijdelijk huisverbod en dat verdachte dit verbod op 22 april 2009 heeft overtreden. Hoewel de term 'uithuisgeplaatste' ontbrak in de tenlastelegging, acht het hof dit niet essentieel. Verdachte heeft zijn vader en moeder bedreigd met ernstige woorden en het huisverbod geschonden door zich in de woning te bevinden.
Het psychologisch rapport wijst op narcistische en antisociale trekken bij verdachte, met een verminderd vermogen tot wilsvorming door psychische problematiek en middelengebruik. Het hof houdt hier rekening mee en legt een gevangenisstraf van 74 dagen op, waarvan 43 dagen voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar. De voorlopige hechtenis wordt in mindering gebracht en het bevel tot voorlopige hechtenis wordt opgeheven.
Uitkomst: Verdachte veroordeeld tot 74 dagen gevangenisstraf, waarvan 43 dagen voorwaardelijk, wegens bedreiging en overtreding tijdelijk huisverbod.