ECLI:NL:GHARN:2010:BN7839
Gerechtshof Arnhem
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen registratie betalingsachterstand bij BKR op grond van bijzondere persoonlijke omstandigheden
In deze civiele zaak is appellant in hoger beroep gekomen tegen een beschikking van de rechtbank Almelo waarin de registratie van haar betalingsachterstanden bij het Centraal Krediet Informatiesysteem (CKI) van het Bureau Krediet Registratie (BKR) door T-Mobile werd toegestaan. Appellant voerde verzet aan op grond van bijzondere persoonlijke omstandigheden, namelijk dat zij de betalingsachterstand niet kon worden toegerekend wegens een periode van onderduiken vanwege gevaar voor eerwraak.
Het hof oordeelt dat het hoger beroep ontvankelijk is, ook al is het verzoekschrift niet door een advocaat ondertekend, conform artikel 46 lid 4 van Pro de Wet bescherming persoonsgegevens (Wbp). Vervolgens beoordeelt het hof de materiële gronden van het verzet. Hoewel appellant erkent dat de registratie destijds aan de voorwaarden voldeed, stelt zij dat de registratie op grond van haar bijzondere omstandigheden ongedaan had moeten worden gemaakt.
T-Mobile heeft gesteld dat appellant twee facturen uit november en december 2007 niet heeft betaald, ondanks aanmaningen en een betalingsregeling die zij niet is nagekomen. Het hof acht de bijzondere omstandigheden onvoldoende om te concluderen dat de registratie in redelijke verhouding stond tot de nadelige gevolgen voor appellant. Het bewijsaanbod van appellant wordt gepasseerd wegens onvoldoende concrete feiten. Het hof bekrachtigt daarom de bestreden beschikking en veroordeelt appellant in de kosten van het hoger beroep.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt de beschikking van de rechtbank en wijst het hoger beroep af, waarbij appellant in de kosten wordt veroordeeld.