ECLI:NL:GHARN:2010:BN8815
Gerechtshof Arnhem
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Gerechtshof bevestigt rechtmatigheid reclamebelasting gemeente Doetinchem ter versterking centrumgebied
Belanghebbende, exploitant van een onderneming aan de A-straat 1 te Z, maakte bezwaar tegen een aanslag reclamebelasting van €474 opgelegd door de gemeente Doetinchem voor het jaar 2008. De rechtbank Zutphen verklaarde het beroep van belanghebbende ongegrond. Belanghebbende stelde vervolgens hoger beroep in bij het Gerechtshof Arnhem.
De gemeente had de reclamebelasting ingevoerd met het doel het centrumgebied te versterken door middel van centrummanagement en activiteiten zoals evenementen en citymarketing. Dit werd onderbouwd met een raadsvoorstel en een referendum onder centrumondernemers dat draagvlak toonde. De heffing was beperkt tot het centrumgebied, met een vast tarief ongeacht de omvang van de reclame.
Het hof oordeelde dat de gemeente bevoegd was de reclamebelasting te heffen op grond van artikel 227 van Pro de Gemeentewet. De heffing was niet willekeurig of onredelijk en geen verkapte lidmaatschapsheffing. De beperking tot het centrumgebied was objectief en redelijk gerechtvaardigd, mede doordat de opbrengst werd besteed aan activiteiten die het centrum versterken en ondernemers profijt opleveren. Differentiatie van het tarief was niet verplicht en niet onredelijk vanwege perceptiekosten.
Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. Tegen deze uitspraak kon beroep in cassatie worden ingesteld bij de Hoge Raad.
Uitkomst: Het hoger beroep van belanghebbende wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.