ECLI:NL:GHARN:2010:BN9799
Gerechtshof Arnhem
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Gerechtshof bevestigt geldigheid van twee legesnota’s voor één bouwproject
Belanghebbende vroeg op 30 oktober 2007 een bouwvergunning aan voor een kassencomplex met een hoogte van 6,30 meter, wat in strijd was met het bestemmingsplan. Daarom werd deze aanvraag ook als verzoek om vrijstelling behandeld. Omdat de vergunningverlening voor een bouwplan in strijd met het bestemmingsplan meer tijd kostte, diende belanghebbende op 30 januari 2008 een tweede aanvraag in met een hoogte van 6 meter, conform het bestemmingsplan.
De gemeente verleende op 14 februari 2008 een vergunning op basis van de tweede aanvraag en legde een eerste legesnota op. Op 20 mei 2008 verleende zij vervolgens alsnog vrijstelling en vergunning voor de eerste aanvraag en legde een tweede legesnota op. Belanghebbende betwistte de rechtmatigheid van de tweede legesnota en stelde dat deze als wijziging van de eerste aanvraag had moeten worden beschouwd, zodat slechts één legesnota verschuldigd zou zijn.
Het hof oordeelde dat de tweede aanvraag expliciet bedoeld was als zelfstandige aanvraag om tijdig met de bouw te kunnen beginnen en niet als wijziging van de eerste aanvraag. Hierdoor was het opleggen van twee legesnota’s rechtsgeldig. Ook het beroep op het vertrouwens- en zorgvuldigheidsbeginsel faalde, omdat belanghebbende niet kon aannemen dat slechts eenmaal leges verschuldigd zouden zijn zonder waarschuwing van de gemeente.
Verder wees het hof het verzoek af om de leges welstand te verminderen tot de werkelijke kosten, omdat geen rechtsregel de gemeente daartoe verplicht. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het Gerechtshof bevestigt dat twee legesnota’s voor één bouwproject rechtsgeldig zijn opgelegd.