ECLI:NL:GHARN:2010:BO1622
Gerechtshof Arnhem
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beëindiging huurovereenkomst wegens tekortkomingen en dringend eigen gebruik afgewezen
In deze zaak stond de vraag centraal of de huurovereenkomst tussen appellant als verhuurster en geïntimeerden als huurders kon worden beëindigd vanwege vermeende tekortkomingen van de huurder en dringend eigen gebruik door de verhuurder.
De huurovereenkomst betrof een halfvrijstaande woning met een hoveniersbedrijf, waarbij de verhuurster de overeenkomst opzegde wegens huurachterstanden en het eigen gebruik van de woning. De kantonrechter wees de vordering af, waarna appellant hoger beroep instelde.
Het hof overwoog dat niet iedere tekortkoming van de huurder een grond voor opzegging oplevert. De huurachterstanden uit 2004 en 2005 waren aangezuiverd en de verhuurster had destijds geen beëindiging nagestreefd. De huurverhoging en de discussie daarover was onvoldoende toegelicht door appellant.
Ook het dringend eigen gebruik was onvoldoende concreet gemotiveerd. De verhuurster gaf onduidelijke toelichting over het gebruik door haarzelf of haar zoon en de noodzaak van renovatie. Het hof passeerde bewijsaanbiedingen van appellant vanwege onvoldoende stelplicht en bekrachtigde het vonnis van de kantonrechter, met veroordeling van appellant in de kosten van het hoger beroep.
Uitkomst: Het hof heeft de opzegging van de huurovereenkomst afgewezen en het vonnis van de kantonrechter bekrachtigd.