ECLI:NL:GHARN:2010:BO3390
Gerechtshof Arnhem
- Hoger beroep
- J.P.M. Kooijmans
- A.J.H. van Suilen
- G.W.J.M. Kampschöer
- Rechtspraak.nl
Herinvesteringsreserve vennootschapsbelasting: geenzelfde economische functie na functiewijziging bedrijfsmiddel
Belanghebbende had in 2002 een herinvesteringsreserve gevormd naar aanleiding van de verkoop van een bedrijfspand, met het voornemen een nieuw bedrijfspand te realiseren op een perceel grond. Door vertragingen bij de bestemmingswijziging werd de termijn voor investering verlengd tot 31 december 2006.
In 2006 werden activa en passiva van de werkmaatschappij verkocht aan een derde partij, waarna het nieuwe pand niet meer voor eigen gebruik maar voor verhuur aan deze derde zou worden ingezet. De Inspecteur weigerde verdere termijnverlenging en nam de herinvesteringsreserve in de winst op.
Het Hof oordeelde dat door de functiewijziging van het vervangende bedrijfsmiddel geen sprake meer is van eenzelfde economische functie als het vervreemde bedrijfsmiddel, zoals vereist in artikel 3.54 Wet IB. Daarom moet de reserve in 2006 worden opgenomen in de winst. Het hoger beroep van belanghebbende werd ongegrond verklaard.
Uitkomst: De herinvesteringsreserve moet in 2006 in de winst worden opgenomen omdat het vervangende bedrijfsmiddel een andere economische functie heeft.