ECLI:NL:HR:2001:AB2903
Hoge Raad
- Cassatie
- G.J. Zuurmond
- F.W.G.M. van Brunschot
- D.G. van Vliet
- P. Lourens
- J.C. van Oven
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad vernietigt uitspraak Hof over vervangingsreserve bij terugkoop bedrijfspanden
Belanghebbende kreeg voor 1994 een aanslag vennootschapsbelasting opgelegd over een belastbaar bedrag van ƒ 12.221.000, welke aanslag na bezwaar en beroep bij het Hof werd gehandhaafd. Het Hof oordeelde dat geen sprake was van vervanging in de zin van artikel 14 van Pro de Wet op de inkomstenbelasting 1964, waardoor de vervangingsreserve vrijviel.
De Hoge Raad oordeelde dat het Hof ten onrechte had geoordeeld dat geen vervanging was, omdat belanghebbende de panden tijdelijk had verhuurd en later terugkocht, waarbij de panden dezelfde economische functie vervulden. Ook het argument dat het feitelijke gebruik ongewijzigd was, deed hieraan niet af.
Daarnaast verwierp de Hoge Raad de subsidiaire stelling van de Inspecteur dat de vervangingsreserve niet kon worden afgeboekt op het distributiecentrum vanwege een vermeend verschil in economische functie. Ook het oordeel van het Hof over het pand R werd verworpen, omdat een wijziging in aard van bedrijfsactiviteiten niet uitsluit dat sprake is van vervanging.
De Hoge Raad vernietigde het arrest van het Hof en de uitspraak van de Inspecteur, stelde de aanslag op nihil, en veroordeelde de Staatssecretaris en Inspecteur in de proceskosten.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het arrest van het Hof en vermindert de aanslag vennootschapsbelasting tot nihil.