ECLI:NL:GHARN:2010:BO3391
Gerechtshof Arnhem
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vrijstelling OZB voor delen onroerende zaken gebruikt voor bewoning oppassers
Belanghebbende beheert leegstaande onroerende zaken en stelt delen daarvan ter beschikking aan zogenaamde oppassers die deze delen bewonen. De gemeente Nijmegen legde aanslagen onroerende-zaakbelastingen (OZB) op voor het jaar 2008, welke belanghebbende betwistte. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, waarna belanghebbende hoger beroep instelde bij het Gerechtshof Arnhem.
Het hof stelde vast dat de delen van de onroerende zaken die aan oppassers werden gegeven, voldoende specifiek waren en feitelijk werden gebruikt voor bewoning. Deze delen beschikten over voorzieningen zoals douche, kookgelegenheid en nutsvoorzieningen. Het hof oordeelde dat deze delen onder de vrijstelling van artikel 220e van de Gemeentewet vallen, die de waarde van gedeelten die hoofdzakelijk tot woning dienen buiten de heffingsmaatstaf laat.
De ambtenaar voerde aan dat slechts afsluitbare delen als zodanig konden worden aangemerkt en dat de wetgever niet had bedoeld dat de gehele waarde van een pand vrijgesteld zou zijn als slechts een klein deel werd bewoond. Het hof verwierp deze stelling en stelde dat de gehele waarde van de onroerende zaken vrijgesteld moest worden, omdat alleen die delen in gebruik waren die hoofdzakelijk aan woondoeleinden dienden.
Het hof vernietigde de aanslagen en de uitspraken op bezwaar en veroordeelde de ambtenaar tot vergoeding van proceskosten en griffierecht. De uitspraak werd gedaan op 19 oktober 2010.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt gegrond verklaard en de aanslagen OZB worden vernietigd wegens toepassing van de vrijstelling van artikel 220e Gemeentewet.