ECLI:NL:GHARN:2010:BO3392
Gerechtshof Arnhem
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen proceskostenveroordeling bij naheffing parkeerbelasting
In deze zaak stond de proceskostenveroordeling centraal die de rechtbank Arnhem had opgelegd aan de heffingsambtenaar van de gemeente Arnhem na een geschil over een naheffingsaanslag parkeerbelasting 2009. De belanghebbende, zelf advocaat, had een kantoorgenoot ingeschakeld voor het opstellen van het beroepschrift, wat door de ambtenaar werd betwist als onredelijk.
De rechtbank had de ambtenaar veroordeeld tot betaling van € 409,75 aan proceskosten, waarvan € 322 voor het beroepschrift en € 87,75 voor reis- en verletkosten. In hoger beroep werd alleen het deel over het beroepschrift betwist. De ambtenaar stelde dat het niet redelijk was dat de belanghebbende, gezien zijn juridische expertise, voor een eenvoudige zaak rechtsbijstand inschakelde.
Het hof oordeelde dat de belanghebbende, als advocaat, geacht kan worden zelf het beroepschrift te kunnen opstellen en dat het feit dat hij ter zitting zonder gemachtigde verscheen dit bevestigt. De kosten voor het inschakelen van een kantoorgenoot waren daarom niet redelijk gemaakt. Het hof vernietigde het vonnis voor zover het de proceskosten betrof en veroordeelde de ambtenaar tot betaling van alleen de reis- en verletkosten van € 87,75. Het hoger beroep werd gegrond verklaard en de proceskostenveroordeling voor het beroepschrift kwam te vervallen.
Uitkomst: Het hof vernietigde de proceskostenveroordeling voor het beroepschrift en veroordeelde de ambtenaar tot betaling van alleen de reis- en verletkosten.