ECLI:NL:GHARN:2010:BO4454
Gerechtshof Arnhem
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep inzake navorderingsaanslagen inkomstenbelasting verkoop tuinornamenten
Belanghebbende startte in 2002 met de verkoop van smeed- en gietijzeren tuinornamenten en voerde deze activiteiten voort tot 2006. Hij voerde aanzienlijke kosten en beperkte omzet, met geringe marges en weinig transacties. De Inspecteur legde navorderingsaanslagen op over 2003 en 2004, waarbij verliezen en zelfstandigenaftrek werden gecorrigeerd.
Belanghebbende maakte bezwaar tegen de navorderingsaanslagen, maar de rechtbank verklaarde het beroep ongegrond. In hoger beroep betwistte belanghebbende dat de verkoopactiviteiten een bron van inkomen vormden. Het Hof oordeelde dat hoewel sprake was van een organisatie van arbeid en kapitaal met oogmerk op winst, redelijkerwijs geen voordeel verwacht kon worden vanwege de geringe omzet, lage marges en het ontbreken van levensvatbaarheid.
Ook de stelling dat werkzaamheden als freelancer vanaf 2005 tot de winst uit onderneming behoorden, werd verworpen omdat deze activiteiten niet in de lijn lagen van de eerdere verkoopactiviteiten. Het Hof bevestigde de uitspraak van de rechtbank en verklaarde het hoger beroep ongegrond, waarmee de navorderingsaanslagen terecht waren opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de navorderingsaanslagen worden bevestigd.