ECLI:NL:GHARN:2010:BO5129
Gerechtshof Arnhem
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep over aanvang terbeschikkingstelling en waardering bedrijfspand voor inkomstenbelasting
Belanghebbende, enig aandeelhouder van A Holding BV, kocht een perceel grond waarop een bedrijfspand werd gebouwd voor verhuur aan A V.O.F., waarin ook zijn zoon medefirmant is. De discussie betrof het moment waarop de terbeschikkingstelling van het pand aan de vennootschap begon en de waardering van het pand op de openingsbalans voor de inkomstenbelasting 2002.
De inspecteur stelde dat de terbeschikkingstelling pas begon bij de feitelijke ingebruikneming op 15 november 2002 en dat het pand op dat moment tegen de waarde in het economische verkeer moest worden gewaardeerd. Belanghebbende stelde primair dat de terbeschikkingstelling begon bij de aankoop van het perceel op 21 januari 2002 en dat het pand tegen de stichtingskosten moest worden geactiveerd.
Het hof volgde het arrest van de Hoge Raad en oordeelde dat bij een gezamenlijke bedoeling voorafgaand aan de aankoop, die in dit geval feitelijk bestond, de terbeschikkingstelling al bij de aankoop aanvangt. Het pand moest daarom tegen de stichtingskosten op de openingsbalans worden opgenomen. Dit leidde tot een verlaging van het belastbaar inkomen uit werk en woning tot € 69.045.
Het hof vernietigde de uitspraak van de rechtbank, verklaarde het beroep gegrond, en wees de aanslag en heffingsrente dienovereenkomstig toe. Tevens werden proceskosten en griffierecht aan belanghebbende toegewezen. Beide partijen kunnen tegen deze uitspraak cassatieberoep instellen bij de Hoge Raad.
Uitkomst: De terbeschikkingstelling van het bedrijfspand begint bij de aankoop en het pand wordt tegen stichtingskosten gewaardeerd, waardoor het belastbaar inkomen wordt verminderd tot € 69.045.