ECLI:NL:GHARN:2010:BO6315
Gerechtshof Arnhem
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Geen eigendomsverkrijging door extinctieve verjaring van strook grond
Appellant vorderde in hoger beroep dat het hof zou verklaren dat hij door extinctieve verjaring eigenaar is geworden van een betwiste strook grond, en dat de gemeente en een derde partij medewerking zouden verlenen aan levering en registratie van die grond. De rechtbank had geoordeeld dat appellant en zijn rechtsvoorgangers geen bezit voor zichzelf hadden gehad, maar slechts als houder voor de gemeente, waardoor geen verjaring tot eigendom kon plaatsvinden.
Het hof bevestigde dat het bezit ondubbelzinnig en openbaar moet zijn, zodat de eigenaar tijdig maatregelen kan nemen. Uit de feiten bleek dat de strook grond sinds 1979 eigendom was van de gemeente en dat de vorige eigenaren van appellant het perceel slechts als bruiklener gebruikten. Er was geen verandering in die situatie door handelingen van de gemeente of tegenspraak.
Appellant kon niet concreet aantonen dat hij of zijn rechtsvoorgangers bezitsdaden verrichtten die voor de gemeente waarneembaar waren, zodat de verjaring niet kon worden aangenomen. Ook de vordering tot schadevergoeding wegens onrechtmatig handelen van de gemeente en de derde partij werd afgewezen, omdat geen onrechtmatigheid was vastgesteld. Het hof bekrachtigde het vonnis van de rechtbank en veroordeelde appellant in de kosten van het hoger beroep.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt het vonnis van de rechtbank en wijst de vorderingen van appellant af wegens ontbreken van ondubbelzinnig bezit en onrechtmatig handelen.