ECLI:NL:GHARN:2010:BO7630
Gerechtshof Arnhem
- Hoger beroep
- J. Lamens
- R.A.V. Boxem
- M.C.M. de Kroon
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep inzake navordering inkomstenbelasting ontwikkeling landgoed
Belanghebbende, directeur-grootaandeelhouder van vastgoedbedrijven, ontwikkelde vanaf 2002 een landgoed en gaf de negatieve resultaten hiervan aan als resultaat uit overige werkzaamheden in zijn aangifte inkomstenbelasting 2003. De Inspecteur legde een navorderingsaanslag op omdat hij oordeelde dat deze activiteit niet als een bron van inkomen in de zin van de Wet op de inkomstenbelasting 2001 kon worden beschouwd.
Na een boekenonderzoek werd vastgesteld dat de ontwikkeling van het landgoed voornamelijk een hobby was, zonder intentie tot verkoop op de vrije markt en zonder opbrengsten die de extra uitgaven dekken. De Inspecteur stelde dat de bezittingen tot de heffingsgrondslag sparen en beleggen behoren en dat de negatieve resultaten ten onrechte als resultaat uit overige werkzaamheden waren opgevoerd.
Belanghebbende voerde aan dat de navordering niet terecht was wegens gebrek aan nieuw feit, maar het Hof oordeelde dat het boekenonderzoek feiten aan het licht bracht die redelijkerwijs niet bekend konden zijn bij het vaststellen van de oorspronkelijke aanslag. De navordering werd daarom gegrond verklaard. De opgelegde boete werd gehandhaafd en de heffingsrente werd niet betwist. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de navorderingsaanslag inkomstenbelasting 2003 wordt bevestigd.