ECLI:NL:GHARN:2010:BO9711
Gerechtshof Arnhem
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Toelating tot wettelijke schuldsaneringsregeling ondanks verwijtbaarheid bij schulden
Appellanten, een echtpaar met negen kinderen, verzochten de rechtbank om toepassing van de wettelijke schuldsaneringsregeling, maar dit verzoek werd afgewezen omdat zij niet te goeder trouw zouden zijn geweest bij het aangaan van aanzienlijke leningen. De rechtbank stelde dat appellanten ondanks hun hoge schuldenlast nieuwe leningen zijn aangegaan en het geleende geld deels consumptief hebben besteed, terwijl zij wisten dat terugbetaling niet mogelijk was.
In hoger beroep heeft het hof de situatie opnieuw beoordeeld. Hoewel het hof erkent dat appellanten verwijtbaar hebben gehandeld door nieuwe leningen aan te gaan en consumptief te besteden, weegt het mee dat de problematische gezinssituatie met negen kinderen, waarvan twee met psychische problemen, en de dreigende beslaglegging ernstige gevolgen zou hebben voor het gezin. Het hof acht daarom in dit bijzondere geval de toelating tot de schuldsaneringsregeling gerechtvaardigd.
Het hof bepaalt de duur van de regeling op vijf jaar en legt een stringent budgetbeheer op om naleving te waarborgen. Het vonnis van de rechtbank wordt vernietigd en de zaak wordt terugverwezen voor uitvoering van de regeling.
Uitkomst: Het hof wijst het verzoek tot toepassing van de wettelijke schuldsaneringsregeling toe en bepaalt een duur van vijf jaar met stringent budgetbeheer.