ECLI:NL:GHARN:2010:BP0044
Gerechtshof Arnhem
- Hoger beroep
- J. Lamens
- B.F.A. van Huijgevoort
- J.B.H. Röben
- Rechtspraak.nl
Geen proceskostenvergoeding voor bijstand van beroepsmatig taxerende zoon
Belanghebbende was in bezwaar en beroep gegaan tegen de vastgestelde waarden van onroerende zaken door de Ambtenaar. De Rechtbank had de Ambtenaar veroordeeld tot proceskostenvergoeding aan belanghebbende, waarbij de zoon van belanghebbende, die beroepsmatig taxaties verricht, als gemachtigde optrad en hiervoor een vergoeding kreeg toegekend.
In hoger beroep stelde de Ambtenaar dat de zoon niet als beroepsmatig rechtsbijstandverlener kan worden aangemerkt, mede vanwege zijn familierelatie en het ontbreken van juridische scholing. Ook betwistte de Ambtenaar dat de kosten van rechtsbijstand op belanghebbende drukken. Het Hof oordeelde dat bijstand door een familielid die beroepsmatig wordt verleend niet bij voorbaat is uitgesloten, maar dat de zoon niet aannemelijk heeft gemaakt dat het verlenen van rechtsbijstand tot zijn beroepsmatige taak behoort.
Verder werd het taxatierapport van een derde partij door de Ambtenaar als onbruikbaar bestempeld vanwege de waarderingsdatum, maar het Hof vond dit oordeel onjuist, hoewel het rapport een verminderde bewijskracht heeft. Belanghebbende slaagde er evenwel niet in aan te tonen dat de kosten van het rapport op hem drukken. Ook de kosten van het Kadaster-uittreksel kwamen niet voor vergoeding in aanmerking.
Het Hof vernietigde de uitspraak van de Rechtbank voor zover deze betrekking had op de proceskostenvergoeding en beperkte de veroordeling tot een bedrag van € 25 voor reiskosten van de zoon. Beide partijen kunnen tegen deze uitspraak cassatieberoep instellen.
Uitkomst: Proceskostenvergoeding voor beroepsmatig verleende rechtsbijstand door zoon wordt afgewezen, slechts € 25 aan reiskosten wordt toegekend.