ECLI:NL:HR:1995:AA3107
Hoge Raad
- Cassatie
- R.J.J. Jansen
- Van der Linde
- Bellaart
- C.H.M. Jansen
- Van der Putt-Lauwers
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad vernietigt uitspraak Hof inzake proceskostenvergoeding bij intrekking belastingberoep
Belanghebbende had een beroep ingesteld tegen een aanslag inkomstenbelasting 1990, dat zij later introk nadat de Inspecteur tegemoet was gekomen. Zij verzocht daarbij om een proceskostenvergoeding. Het Hof Arnhem wees dit verzoek toe en veroordeelde de Staat tot betaling van ƒ 710,-. De Staatssecretaris van Financiën stelde cassatie in tegen deze uitspraak.
De Hoge Raad oordeelde dat het Hof het beginsel van hoor en wederhoor had geschonden door de Inspecteur geen gelegenheid te geven te reageren op een brief van belanghebbende die na het verweer was ingediend. Hierdoor kon het Hof zijn uitspraak niet in stand houden en vernietigde deze. De zaak werd verwezen naar een ander gerechtshof voor verdere behandeling.
Daarnaast verwierp de Hoge Raad het verweer dat bij echtgenoten geen sprake kan zijn van een zakelijke verhouding voor rechtsbijstand, en oordeelde dat de bevoegdheid tot kostenveroordeling in het belastingrecht moet worden beoordeeld in het licht van actuele maatschappelijke en juridische verhoudingen. De Hoge Raad achtte geen gronden aanwezig voor een proceskostenveroordeling in cassatie.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt de uitspraak van het Hof en verwijst de zaak voor verdere behandeling naar een ander gerechtshof.