ECLI:NL:GHARN:2010:BP0615
Gerechtshof Arnhem
- Hoger beroep
- A.H. Garos
- R. Feunekes
- H.J. de Ruijter
- Rechtspraak.nl
Hof wijkt af van voorkeur mentor en bekrachtigt benoeming professioneel mentor
De zaak betreft een hoger beroep tegen de beschikking van de kantonrechter die een mentorschap instelde ten behoeve van de rechthebbende met benoeming van een professionele mentor. De rechthebbende gaf de voorkeur aan haar moeder als mentor, maar het hof oordeelde dat de moeder ongeschikt is om deze taak adequaat uit te voeren.
De rechthebbende, een vrouw met verstandelijke beperkingen, heeft wisselend bij haar ouders en bij een zorginstelling gewoond. Er waren meldingen van mishandeling en onheuse bejegening in de thuissituatie. De moeder heeft zich op ongepaste wijze bemoeid met de medische verzorging en medicatie van de rechthebbende, zonder overleg met artsen, en heeft de mentor belemmerd in diens taak.
Het hof concludeerde dat de voorkeur van de rechthebbende voornamelijk voortkomt uit loyaliteit aan haar moeder, maar dat dit niet doorslaggevend kan zijn. Gezien de ongeschiktheid van de moeder en de complexe relatie met de rechthebbende, volgt het hof de voorkeur niet en bekrachtigt het de benoeming van de professionele mentor zoals door de kantonrechter vastgesteld.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt de benoeming van de professionele mentor en wijkt af van de voorkeur van de rechthebbende voor haar moeder als mentor wegens ongeschiktheid.