ECLI:NL:GHARN:2010:BQ1426
Gerechtshof Arnhem
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Schorsing tenuitvoerlegging vonnissen pachtovereenkomsten wegens onvoldoende motivering uitvoerbaar bij voorraad
In deze civiele procedures stonden twee pachtovereenkomsten centraal tussen appellanten als pachters en De Molensteen als verpachtster. De pachtovereenkomsten betroffen grote landbouwpercelen en liepen af in april 2010 en juni 2011. De Molensteen had beide overeenkomsten opgezegd, waarna appellanten zich hiertegen verzetten.
De rechtbank Breda had op 8 september 2010 de beëindiging van de pachtovereenkomsten vastgesteld en de pachters veroordeeld tot ontruiming, met een dwangsom bij niet-naleving. Tevens had de rechtbank de vonnissen uitvoerbaar bij voorraad verklaard, zonder deze uitvoerbaarbijvoorraadverklaring te motiveren.
Appellanten stelden in hoger beroep een incident tot schorsing van de tenuitvoerlegging in, stellende dat de rechtbank ten onrechte de vonnissen uitvoerbaar bij voorraad had verklaard zonder motivering, terwijl de verweren van de pachters niet kennelijk ongegrond waren. Het hof oordeelde dat de rechtbank terughoudend moet zijn bij het uitvoerbaar bij voorraad verklaren en dit moet motiveren. Gezien het ontbreken van motivering en het niet evident ongegrond zijn van de verweren, schorst het hof de tenuitvoerlegging van de vonnissen.
De beslissing omtrent de proceskosten werd aangehouden totdat in de hoofdzaken uitspraak is gedaan. De zaken werden verwezen naar een rolzitting voor verdere behandeling van de hoofdzaak.
Uitkomst: Het hof schorst de tenuitvoerlegging van de vonnissen van de rechtbank wegens het ontbreken van motivering bij de uitvoerbaarbijvoorraadverklaring.