ECLI:NL:GHARN:2011:BP2300
Gerechtshof Arnhem
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen naheffingsaanslag BPM en vergrijpboete wegens gebruik buitenlandse auto
Belanghebbende, woonachtig in Nederland en actief in de autobranche, werd op 11 maart 2009 een naheffingsaanslag BPM opgelegd wegens het gebruik van een Duitse auto op de Nederlandse openbare weg zonder betaling van BPM. Tevens werd een vergrijpboete opgelegd. Het bezwaar tegen de naheffingsaanslag werd niet-ontvankelijk verklaard wegens termijnoverschrijding.
De rechtbank Arnhem verklaarde het beroep ongegrond voor de naheffingsaanslag en heffingsrente, maar matigde de boete. Belanghebbende stelde hoger beroep in tegen deze uitspraak. Het hof bevestigde dat het bezwaar terecht niet-ontvankelijk was vanwege te late indiening, waarbij het argument van belanghebbende dat zijn vader analfabeet was niet tot verschoonbaarheid leidde.
Ten aanzien van de vergrijpboete oordeelde het hof dat de inspecteur onvoldoende bewijs had geleverd voor het vereiste voorwaardelijk opzet. De enkele stelling dat belanghebbende als autohandelaar bekend zou zijn met de BPM-regels was onvoldoende. De boete werd daarom vernietigd. Verder veroordeelde het hof de inspecteur in de proceskosten en gelastte vergoeding van het griffierecht.
Uitkomst: Bezwaar tegen naheffingsaanslag niet-ontvankelijk verklaard, vergrijpboete vernietigd wegens gebrek aan bewijs van voorwaardelijk opzet.