ECLI:NL:GHARN:2011:BP3294
Gerechtshof Arnhem
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vaststelling WOZ-waarde na aankoop woning met betwisting roerende zaken
Belanghebbende kocht op 15 april 2006 een kwadrantwoning voor €190.750, achtënhalve maand voor de waardepeildatum 1 januari 2007. De Ambtenaar stelde de WOZ-waarde vast op €199.000, later gehandhaafd door de rechtbank. Belanghebbende betoogde dat ten minste €10.000 van de koopsom betrekking had op roerende zaken, waardoor de WOZ-waarde te hoog was vastgesteld.
Het hof oordeelde dat de koopsom in principe de waarde op de peildatum weerspiegelt, tenzij aannemelijk wordt gemaakt dat dit niet het geval is. Belanghebbende kon niet aannemelijk maken dat de roerende zaken een waarde vertegenwoordigen die van de koopsom moet worden afgetrokken, mede omdat noch de koopakte noch de leveringsakte dit vermelden.
Het hof baseerde zich ook op een taxatierapport waarin een vergelijkbaar object in de buurt kort na de peildatum voor €189.500 werd verkocht. Het hoger beroep werd gegrond verklaard, de waarde werd verminderd tot €190.750, de eerdere uitspraken werden vernietigd en de Ambtenaar werd veroordeeld in de proceskosten. De gemeente werd gelast de griffierechten te vergoeden.
Uitkomst: De WOZ-waarde van de woning wordt vastgesteld op €190.750 en eerdere uitspraken worden vernietigd.