ECLI:NL:GHARN:2011:BP6598
Gerechtshof Arnhem
- Hoger beroep
- W.L. Valk
- G.P.M. van den Dungen
- H.L. van der Beek
- L.L.M. de Lorijn
- H.B.M. Duenk
- Rechtspraak.nl
Afwijzing incidentele voegingsvordering en bevel comparitie in hoger beroep civiele zaak
In deze civiele procedure in hoger beroep heeft het Gerechtshof Arnhem de incidentele vordering tot voeging van de voorgestelde medepachter afgewezen wegens gebrek aan belang. De medepachter was reeds partij geworden door oproeping ex artikel 118 Rv Pro, waardoor voeging overbodig was.
Het hof achtte het noodzakelijk om voor de beoordeling van de vordering in reconventie nadere inlichtingen van partijen te verkrijgen en beval een comparitie van partijen. Hierbij werd aan de medepachter opgedragen om een gespecificeerde opgave te doen van zijn werkzaamheden binnen het bedrijf sinds 2000, zijn beroepsverleden en landbouwkundige ervaring, met name gericht op praktische bedrijfsvoering, bedrijfsstrategie en financiële aspecten.
Daarnaast werd de wederpartij opgedragen het procesdossier aan te vullen met ontbrekende stukken. De kosten van het incident werden aan de medepachter opgelegd, maar begroot op nihil vanwege het beperkte verweer van de wederpartij. De comparitie zou plaatsvinden op een nader te bepalen datum in het paleis van justitie te Arnhem, waarbij partijen en hun advocaten in persoon moesten verschijnen.
Uitkomst: De incidentele vordering tot voeging wordt afgewezen en een comparitie van partijen wordt bevolen.