ECLI:NL:GHARN:2011:BP9075
Gerechtshof Arnhem
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging rechtbankuitspraak over depotbedrag vloerverwarming en geen verzuim bij gebreken woning
In deze civiele zaak ging het om de vraag of het depotbedrag van €5.000,-, gestort bij de levering van een woning, aan de verkoper of koper toekwam. De koopovereenkomst betrof een woning met vloerverwarming in de badkamer waarvan de werking tijdens inspectie niet kon worden vastgesteld. Na technische controle bleek de vloerverwarming technisch in orde te zijn.
De koper stelde dat de vloerverwarming niet voldeed omdat deze niet de badkamer voldoende verwarmde, en vorderde het depotbedrag plus schadevergoeding. De rechtbank wees deze vordering af en veroordeelde de koper mee te werken aan vrijgave van het depot aan de verkoper. Het hof bevestigde dit oordeel en oordeelde dat de afspraak over het depot betrekking had op technische werking, niet op ruimtetemperatuur.
Verder stelde de koper dat de verkoper in verzuim was gesteld wegens gebreken aan de woning. Het hof oordeelde dat er geen geldige ingebrekestelling was gedaan en dat de koper onvoldoende had onderbouwd dat het verzuim op andere wijze was ingetreden. De vorderingen wegens gebreken werden daarom afgewezen.
De grieven van de koper faalden, en het hof veroordeelde hen in de kosten van het hoger beroep. De uitspraak bevestigt dat bij uitleg van contractuele afspraken de Haviltexmaatstaf geldt en dat duidelijke communicatie over verwachtingen essentieel is.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt het vonnis en veroordeelt de kopers in de kosten; het depotbedrag komt toe aan de verkopers omdat de vloerverwarming technisch functioneert en er geen verzuim is.