ECLI:NL:GHARN:2011:BP9801
Gerechtshof Arnhem
- Hoger beroep
- J.H. Kuiper
- J.M. Rowel-van der Linde
- M.C.D. Boon-Niks
- Rechtspraak.nl
Beëindiging huurovereenkomst zelfstandige woning wegens dringend eigen gebruik door verhuurder
Harderglorie verhuurde een zelfstandige woning aan appellant 1, aanvankelijk in het kader van een arbeidsovereenkomst. Na beëindiging van het dienstverband werd een huurovereenkomst gesloten met een clausule dat de huur eindigt indien appellant 1 geen werkzaamheden meer verricht voor Harderglorie of een gelieerde onderneming.
Harderglorie zegde de huurovereenkomst op wegens dringend eigen gebruik, namelijk huisvesting van een nieuwe beheerder die op het terrein moet wonen. Appellanten voerden verweer tegen de opzegging en stelden dat de arbeidsovereenkomst met de beheerder slechts was aangegaan om de opzegging te rechtvaardigen. Ook werd betwist dat het dringend eigen gebruik bestond en dat passende vervangende woonruimte beschikbaar was.
Het hof oordeelde dat Harderglorie voldoende aannemelijk had gemaakt dat er sprake was van dringend eigen gebruik en dat de belangen van Harderglorie zwaarder wogen dan die van appellanten. Tevens werd geoordeeld dat de huurverhoging per 1 januari 2006 in strijd was met artikel 7:252 BW Pro, maar dat Harderglorie zich met succes op rechtsverwerking kon beroepen omdat appellanten de hogere huurprijs twee jaar hadden betaald zonder bezwaar.
Het hof stelde de datum van ontruiming vast op 22 april 2011 en veroordeelde appellanten tot ontruiming en betaling van de proceskosten. Het arrest bevestigt dat verhuurder eigen gebruik kan inroepen bij verhuur aan een werknemer en benadrukt het belang van een zorgvuldige belangenafweging en naleving van dwingend recht bij huurprijswijzigingen.
Uitkomst: De huurovereenkomst wordt beëindigd wegens dringend eigen gebruik, ontruiming vastgesteld op 22 april 2011, en appellanten worden veroordeeld in de proceskosten.