ECLI:NL:GHARN:2011:BQ0191
Gerechtshof Arnhem
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beoordeling nietigheid koopovereenkomst wegens faillissementspauliana en fiduciaverbod
In deze civiele zaak stond centraal of de curator in het faillissement van Vekoma Manufacturing B.V. de koopovereenkomst van 13 juli 2001 met Huisman Special Lifting Equipment B.V. kon laten nietig verklaren op grond van faillissementspauliana (art. 42 Fw Pro) of het fiduciaverbod (art. 3:84 lid 3 BW Pro).
De curator stelde dat de verkoop van een paardencarrousel en twee safari jeeps aan Huisman de gezamenlijke schuldeisers benadeelde omdat deze activa uit het failliete vermogen verdwenen zonder dat een gelijkwaardige tegenprestatie in de boedel terugkwam. Huisman betoogde dat de overeenkomst juist gunstige gevolgen had, zoals het uitblijven van een bankgarantie-invordering en betaling van een vordering, waardoor geen benadeling van schuldeisers was.
Het hof oordeelde dat de curator onvoldoende had onderbouwd dat sprake was van benadeling, mede omdat de gunstige gevolgen van de overeenkomst erkend waren en de curator niet aannemelijk had gemaakt dat deze niet opwogen tegen het verlies van de activa. Ook het beroep op het fiduciaverbod faalde omdat de overeenkomst een werkelijke overdracht beoogde en de beperkingen contractueel en tijdelijk waren, waardoor geen ongeldig zekerheidsrecht was gevestigd.
Het hof bekrachtigde het vonnis van de rechtbank Roermond van 20 juli 2005, wees de vorderingen van de curator af en veroordeelde partijen in de proceskosten. Hiermee werd bevestigd dat de koopovereenkomst rechtsgeldig bleef en de curator geen succes had met zijn nietigheidsberoepen.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt het vonnis van de rechtbank en wijst het beroep van de curator op nietigverklaring af.