ECLI:NL:GHARN:2011:BQ1370
Gerechtshof Arnhem
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beoordeling bewijs inbreng geleend bedrag in commanditaire vennootschap
In deze civiele zaak stond de vraag centraal of een bedrag van €9.000,- dat tussen partijen was geleend, kon worden aangemerkt als inbreng van geïntimeerde in een commanditaire vennootschap. Het hof concludeerde na getuigenverhoren en bestudering van de stukken dat appellant niet in het bewijs was geslaagd dat dit bedrag als inbreng was geleverd. De overeenkomst van de commanditaire vennootschap vermeldde dit bedrag niet als inbreng.
Verder vernietigde het hof het vonnis gedeeltelijk door een vermindering van de veroordeling met twee bedragen (€853,23 en €902,75) vermeerderd met rente. De vordering tot betaling van buitengerechtelijke incassokosten werd door het hof bevestigd, waarbij het standpunt van appellant dat een schuldeiser direct een procedure moet starten werd verworpen.
Ten aanzien van de restitutievordering stelde het hof vast dat appellant een bedrag van €16.077,73 aan geïntimeerde had voldaan, waarvan een deel onverschuldigd was betaald en derhalve moest worden terugbetaald met wettelijke rente. Het hof veroordeelde geïntimeerde tot betaling van €1.755,98 vermeerderd met rente en wees het meer of anders gevorderde af. Tevens werd appellant in de kosten van het hoger beroep veroordeeld.
Uitkomst: Het hof oordeelt dat het geleende bedrag niet als inbreng is bewezen, vermindert de veroordeling deels en veroordeelt geïntimeerde tot restitutie met rente.