ECLI:NL:GHARN:2011:BQ1510
Gerechtshof Arnhem
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep inzake schending voorkeursrecht en rechtsverwerking bij pachtovereenkomst
In deze civiele zaak staat centraal of de geïntimeerde met de verkoop van een woonhuis en grond een voorkeursrecht van de appellant heeft geschonden. De pachtovereenkomst tussen partijen was eerder ontbonden, maar er liep een procedure over melkquotum en het voorkeursrecht. De appellant vordert een verklaring voor recht en schadevergoeding wegens schending van het voorkeursrecht.
De geïntimeerde voert verweren aan, waaronder een beroep op het gezag van gewijsde van een eerder vonnis en op rechtsverwerking. Het hof oordeelt dat het gezag van gewijsde niet meer geldt omdat het eerdere vonnis is vernietigd. Het hof stelt dat de pachtkamer in eerste aanleg de zaak inhoudelijk had moeten behandelen en dat de vorderingen en verweren in hoger beroep aan het hof ter beoordeling staan.
Het hof acht het beroep op rechtsverwerking onvoldoende gemotiveerd en verwijst de zaak naar de rol om de appellant in de gelegenheid te stellen hierop te reageren. De verdere beslissing wordt aangehouden. Het arrest is gewezen door vijf rechters en uitgesproken op 29 maart 2011.
Uitkomst: De zaak is aangehouden voor nadere toelichting over het beroep op rechtsverwerking.