ECLI:NL:GHARN:2011:BQ2084
Gerechtshof Arnhem
- Hoger beroep
- W.L. Valk
- G.P.M. van den Dungen
- H.L. van der Beek
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep over tekortkomingen en ontbinding pachtovereenkomst champignonkwekerij
In deze civiele zaak in hoger beroep staat de vraag centraal of de pachtovereenkomst betreffende een champignonkwekerij ontbonden kan worden wegens tekortkomingen van de geïntimeerde. Het hof bevestigt het peilmoment van 5 februari 2007 voor het beoordelen van de tekortkomingen en wijst het standpunt van appellant dat al op 1 november 2006 blijvende onmogelijkheid bestond af wegens onvoldoende concretisering en bewijs.
Een voorlopig deskundigenbericht, opgesteld na een bezichtiging op 22 januari 2008, concludeert dat de meeste onderdelen van de kwekerij naar behoren functioneerden. De appellant heeft onvoldoende concrete feiten of bewijs aangedragen om de gestelde gebreken op het peilmoment te onderbouwen. Ook de subsidiaire vorderingen op grond van dwaling worden afgewezen wegens gebrek aan causaal verband en onderbouwing.
Het incidenteel beroep van geïntimeerde slaagt gedeeltelijk: het hof vernietigt het vonnis van de pachtkamer voor zover een bedrag van € 24.150,- aan pachtpenningen en huur werd afgewezen en wijst dit bedrag toe met wettelijke rente. De overige grieven in het principaal beroep worden verworpen. Het hof veroordeelt appellant in de kosten van het principaal beroep en compenseert de kosten in het incidenteel beroep.
De uitspraak bevestigt dat de pachtovereenkomst niet ontbonden wordt wegens tekortkomingen en dat de vordering tot betaling van pachtpenningen deels moet worden toegewezen.
Uitkomst: De pachtovereenkomst wordt niet ontbonden wegens tekortkomingen; een bedrag van € 24.150,- aan pachtpenningen wordt toegewezen met rente.