ECLI:NL:GHARN:2011:BQ2111
Gerechtshof Arnhem
- Hoger beroep
- W.L. Valk
- Th.C.M. Willemse
- J.K.B. van Daalen
- baron F.J.A. van Verschuer
- ir. H.K.C. Roelofsen
- Rechtspraak.nl
Vaststelling pachtovereenkomst en onrechtmatig gebruik deels gepacht perceel
In deze civiele zaak stond de omvang van een pachtovereenkomst tussen Heibloem B.V. als pachter en [appellante] als verpachter centraal. Na uitgebreid bewijs, waaronder getuigenverklaringen en taxatierapporten, oordeelde het hof dat Heibloem slechts een deel van het perceel inclusief een kas en een groot stuk land naast de kas pachtte vanaf 1 januari 1999.
Het hof stelde vast dat andere delen van het perceel, zoals opstallen, een paardenweitje, een moestuin en een perceel aan de straat, niet door Heibloem werden gepacht en dat het gebruik daarvan onrechtmatig was. Dit onrechtmatige gebruik levert een inbreuk op eigendomsrechten en schending van pachtverplichtingen op. Desondanks oordeelde het hof dat deze onrechtmatigheid niet voldoende is voor ontbinding van de pachtovereenkomst.
Het hof baseerde zich op de intentie van de overleden eigenaar dat Heibloem het bedrijf zou voortzetten, de onduidelijkheid over de omvang van het gepachte, en het feit dat Heibloem verplicht is het onrechtmatig gebruik te staken. Het vonnis van de pachtkamer werd vernietigd voor zover het in conventie tegen [appellante] was gewezen en de pachtovereenkomst werd vastgelegd voor het deel dat Heibloem daadwerkelijk pachtte, tegen een pachtprijs van €3.167,46 per jaar vanaf 1999.
De proceskosten werden gecompenseerd en het arrest werd uitvoerbaar bij voorraad verklaard.
Uitkomst: Het hof stelt vast dat Heibloem slechts een deel van het perceel pacht en wijst de rest van de vorderingen af; onrechtmatig gebruik leidt niet tot ontbinding.