ECLI:NL:GHARN:2011:BQ2166
Gerechtshof Arnhem
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging juiste objectafbakening en waarde WOZ woonboerderij
Belanghebbende, eigenaar van een woonboerderij met bijbehorende opstallen en grond, betwistte de WOZ-waarde vastgesteld op €321.000 per 1 januari 2005. Hij stelde dat slechts een deel van het perceel als object mocht worden beschouwd vanwege cultuurgrondvrijstelling en dat de waarde te hoog was vastgesteld. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, waarna belanghebbende hoger beroep instelde.
Het Hof onderzocht de objectafbakening en de waardebepaling. Uit de stukken en het verhandelde ter zitting bleek dat het gehele complex zonder fysieke afscheidingen door huurders werd gebruikt, waardoor het als één object moet worden aangemerkt volgens artikel 16 Wet Pro WOZ. De taxateur had de waarde bepaald op €368.000, gebaseerd op vergelijkingsobjecten die het Hof als voldoende vergelijkbaar achtte. De onderhoudstoestand en andere omstandigheden waren in de waardering meegenomen.
Belanghebbendes argumenten over cultuurgrondvrijstelling en vermeende negatieve invloed van gemeentelijke houding werden niet aannemelijk gemaakt. Het Hof oordeelde dat de Ambtenaar voldoende aannemelijk had gemaakt dat de waarde niet te hoog was vastgesteld en bevestigde de uitspraak van de rechtbank. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de WOZ-waarde van €321.000 wordt bevestigd.