ECLI:NL:GHARN:2011:BQ3085
Gerechtshof Arnhem
- Hoger beroep kort geding
- V. van den Brink
- P.H. van Ginkel
- S.M. Evers
- Rechtspraak.nl
Bekrachtiging vonnis inzake handtekening en terbeschikkingstelling bij overheidsaanbesteding
In deze zaak stond een Europese niet-openbare aanbesteding centraal, waarbij de Stichting Hogeschool van Arnhem en Nijmegen (HAN) bouwkundige advieswerkzaamheden aanbesteedde voor nieuwbouw. ABT B.V. betwistte de gunning aan een combinatie van twee ondernemingen, omdat op het aanmeldingsformulier slechts één combinant had getekend.
De voorzieningenrechter wees de primaire vordering van ABT af, maar gaf een subsidiaire vordering gedeeltelijk toe door HAN te verplichten nadere gegevens te verstrekken. In hoger beroep vorderde ABT vernietiging van dit vonnis en toewijzing van haar primaire of subsidiaire vorderingen.
Het hof stelde vast dat de authenticiteit van het aanmeldingsformulier niet in geschil was en dat beide combinanten zich gezamenlijk hadden aangemeld en hoofdelijk aansprakelijk waren. Het hof oordeelde dat het ontbreken van een aparte handtekening van de tweede combinant geen formeel vereiste was dat tot terzijdelegging moest leiden, noch dat een aparte terbeschikkingstellingsverklaring vereist was.
Daarmee faalden de grieven van ABT en werd het vonnis van de voorzieningenrechter bekrachtigd. ABT werd veroordeeld in de kosten van het hoger beroep.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt het vonnis dat oordeelt dat het ontbreken van een handtekening van een combinant geen reden is voor terzijdelegging van de inschrijving.