ECLI:NL:RBARN:2010:BO9051
Rechtbank Arnhem
- Kort geding
- Rechtspraak.nl
Aanbestedingsgeschil inzake rechtsgeldigheid ondertekening en bekendmaking prijscombinatie
In deze zaak gaat het om een geschil over een Europese niet-openbare aanbesteding door de Hogeschool van Arnhem en Nijmegen (HAN) voor een adviseur bouwkundige constructies. Eiseres ABT stelt dat het aanmeldingsformulier door alle combinanten rechtsgeldig moet zijn ondertekend, wat volgens haar niet het geval is bij de combinatie die HAN voornemens is te gunnen. Daarnaast vordert ABT inzage in de omzetgegevens en de prijs van de combinatie om de rechtmatigheid van het gunningsvoornemen te kunnen toetsen.
De voorzieningenrechter oordeelt dat uit de selectieleidraad en het aanmeldingsformulier niet volgt dat alle combinanten het formulier moeten ondertekenen; één rechtsgeldige ondertekening volstaat. Daarmee is de aanmelding van de combinatie niet ongeldig. ABT heeft onvoldoende concrete feiten gesteld die gerede twijfel wekken over de juistheid van de gunningsbeslissing, zodat inzage in omzetgegevens niet wordt toegewezen.
Wel is HAN op grond van haar motiveringsplicht gehouden om de door de combinatie geoffreerde prijs aan ABT bekend te maken, omdat het gunningscriterium de laagste prijs is en dit essentieel is voor effectieve rechtsbescherming. HAN wordt daarom bevolen binnen drie werkdagen de prijs bekend te maken en gedurende vijftien dagen een standstill periode in acht te nemen waarin ABT een kort geding kan starten. De overige vorderingen worden afgewezen en de proceskosten worden gecompenseerd.
Uitkomst: HAN moet binnen drie werkdagen de prijs van de combinatie aan ABT bekendmaken en een standstill periode van vijftien dagen in acht nemen voor eventuele procedure.