ECLI:NL:GHARN:2011:BQ3545
Gerechtshof Arnhem
- Hoger beroep
- J.D. den Hartog
- J.A. Coster van Voorhout
- B.W.M. Hendriks
- Rechtspraak.nl
Veroordeling tot gevangenisstraf wegens valsheid in geschrift en oplichting met valse waardepapieren
Verdachte werd in hoger beroep veroordeeld tot een gevangenisstraf van 27 maanden voor het bezit en gebruik van valse Certificates of Deposit (CD's) en oplichting van meerdere gelduitleners. Het hof vernietigde het vonnis van de rechtbank voor zover het aan het oordeel van het hof onderworpen was en sprak verdachte vrij van enkele tenlastegelegde feiten die niet bewezen konden worden.
De zaak draaide om valsheid in geschrift met betrekking tot CD's die valselijk aangaven dat een groot geldbedrag was gestort bij een buitenlandse bank, terwijl dit niet het geval was. Verdachte maakte opzettelijk gebruik van deze valse documenten om investeerders te misleiden en geld aan te trekken. Het hof verwierp het verweer van verdachte dat hij dacht conform de wet te handelen op basis van advies van een advocaat.
Het hof oordeelde dat verdachte strafbaar was voor valsheid in geschrift, oplichting en het overtreden van de Wet Toezicht Kredietwezen 1992 door bedrijfsmatig gelden van het publiek aan te trekken. Ondanks dat het hof minder feiten bewezen achtte dan de rechtbank, vond het de opgelegde straf passend gezien de ernst en omvang van de feiten. Vanwege schending van de redelijke termijn werd de straf met negen maanden verminderd.
Uitkomst: Verdachte is veroordeeld tot 27 maanden gevangenisstraf met aftrek van negen maanden voorarrest wegens valsheid in geschrift en oplichting.