ECLI:NL:GHARN:2011:BQ5041
Gerechtshof Arnhem
- Hoger beroep
- B.J.J. Melssen
- R.A. Zuidema
- J.P. Evenhuis
- Rechtspraak.nl
Beoordeling verzoek tot herstel kennelijke fout in arrest over beëindiging schuldsaneringsregeling
In deze zaak heeft de bewindvoerder in de wettelijke schuldsaneringsregeling van de appellant een verzoek ingediend tot herstel van een vermeende kennelijke fout in het arrest van het hof van 13 januari 2011. De bewindvoerder stelde dat het dictum onjuist was omdat het stelde dat de schuldsaneringsregeling van rechtswege eindigt zodra de slotuitdelingslijst verbindend is geworden, terwijl er in dit geval geen actief was.
Het hof overwoog dat op grond van artikel 356, eerste lid, van de Faillissementswet de bewindvoerder verplicht is een slotuitdelingslijst op te maken zodra de uitspraak als bedoeld in artikel 354 Fw Pro in kracht van gewijsde is gegaan, ook als er geen actief is. In dat geval kan 'nihil' worden vermeld in de lijst. Daarom is het dictum van het arrest juist en is er geen sprake van een kennelijke fout die voor eenvoudig herstel in aanmerking komt.
Daarnaast stelde het hof vast dat de bewindvoerder alleen geen slotuitdelingslijst hoeft op te stellen indien de schuldsaneringsregeling is beëindigd op grond van artikel 354a Fw, wat hier niet het geval was. Het hof heeft het verzoek tot verbetering van het arrest geweigerd.
De advocaat van de appellant heeft geen reactie gegeven op het verzoek van de bewindvoerder. Het arrest is gewezen door het hof Arnhem, nevenzittingsplaats Leeuwarden, op 3 maart 2011.
Uitkomst: Het hof weigert het verzoek tot herstel van het arrest en bevestigt het dictum over de beëindiging van de schuldsaneringsregeling.