Conclusie
1.Procesverloop
Afwikkeling van de boedel ingevolge de Faillissementswet
"4.3 Informele uitdeling bij een resterend actief van minder dan € 2.000,00
a. Indien het uit te delen actief na aftrek van de boedelkosten, waaronder het salaris van de bewindvoerder, inclusief reiskosten en kosten voor de postblokkade minder dan € 2.000 bedraagt, wordt afgezien van het houden van een verificatievergadering en wordt tot een informele uitdeling overgegaan op basis van een uitdelingslijst. Bij een informele uitdeling wordt in een oproeping aan de schuldeisers voor de beëindigingszitting de volgende zin opgenomen: ‘Door het geringe tegoed op de boedelrekening wordt met instemming van de rechter-commissaris en de rechtbank van een verificatievergadering afgezien'.
b. De bewindvoerder beschrijft in zijn eindverslag de gevolgde procedure en voegt de aan de schuldeisers verzonden uitdelingslijst als bijlage aan het verslag toe.”
Hoogte boedelactief
1. De ‘Overijsselse methode beëindiging op grond van artikel 354a Fw (verkort traject). Geen verificatie, geen slotuitdelingslijst, baten informeel uitdelen.
2. De op de Gelderse praktijk gebaseerde (en inmiddels in Oost-Brabant gehanteerde) methode: in alle zaken (behalve bij een verkort traject) vindt er een gecombineerde eindzitting en verificatievergadering plaats (gewoonlijk pro forma) en moet, ongeacht of er boedelsaldo is, een uitdelingslijst worden opgemaakt en gedeponeerd, nadat de vereffening voltooid is.”
2.Inleidende beschouwingen
Reguliere beëindiging van de schuldsaneringsregeling volgens de wettelijke systematiek
voor de toepassing van de tweede afdeling van titel III Fw– de afdeling die de gevolgen van de toepassing van de schuldsaneringsregeling regelt – de schuldsanering eindigt. [12] Dit brengt mee dat na ommekomst van de termijn van art. 349a lid 1 Fw de verplichtingen die voor de schuldenaar voortvloeien uit de toepassing van de schuldsaneringsregeling ten einde gekomen. [13] Dit betekent volgens de Hoge Raad dat de goederen die de schuldenaar na afloop van die termijn verkrijgt, niet meer in de boedel vallen. [14] Het aflopen van de termijn van art. 349a Fw wordt daarom ook wel aangeduid als het ‘materiële’ einde van de schuldsaneringsregeling. [15]
Staatscourant(art. 349 lid 5 jo Pro. art. 183 lid 3 jo Pro. art. 14 Fw Pro). Tijdens de inzagetermijn van tien dagen kan iedere schuldeiser (ongeacht of hij zijn vordering ter verificatie heeft ingediend) in verzet komen tegen de uitdelingslijst door indiening van een bezwaarschrift (art. 349 lid 5 jo Pro. art. 184 Fw Pro en art. 349aa Fw [27] ). De slotuitdelingslijst wordt verbindend na het verstrijken van de tiendagentermijn van art. 183 Fw Pro zonder verzet dan wel doordat de beschikking op verzet in kracht van gewijsde is gegaan (art. 349 lid 5 jo Pro. art. 187 lid 4 Fw Pro).
.Dit geldt ook voor het faillissement (zie art. 193 lid 1 Fw Pro). De beëindiging van de toepassing van de schuldsaneringsregeling op grond van art. 356 lid 2 Fw Pro wordt ook wel het ‘formele’ einde van de schuldsaneringsregeling genoemd. [30] Art. 358 lid 1 Fw Pro koppelt daarnaast de inwerkingtreding van de ‘schone lei’ aan het formele einde van de schuldsaneringsregeling. Het artikellid bepaalt dat door de beëindiging van toepassing van de schuldsaneringsregeling op grond van art. 356 lid 2 Fw Pro, een vordering ten aanzien waarvan de schuldsaneringsregeling werkt, voor zover onvoldaan gebleven, niet langer afdwingbaar is. De beëindiging van de schuldsaneringsregeling als bedoeld in 356 lid 2 Fw markeert het einde van de afwikkeling van de schuldsanering, waaronder de vereffening van de boedel, en het in werking treden van de in art. 358 lid 1 Fw Pro bedoelde schone lei (indien en voor zover van toepassing). [31]
Staatscourant(art. 356 lid 2 Fw Pro). De bewindvoerder dient voorts onverwijld na het verbindend worden van de slotuitdelingslijst de vastgestelde uitkeringen aan de schuldeisers te doen (art. 349 lid 5 jo Pro. art. 192 Fw Pro) en na verloop van een maand na de beëindiging rekening en verantwoording af te leggen van zijn beheer aan de rechter-commissaris (art. 356 lid 3 Fw Pro).
nietde verwachting bestaat dat de schuldenaar op zodanige wijze aan zijn verplichtingen kan voldoen dat voortzetting gerechtvaardigd is. Op grond van dit criterium kan de schuldsaneringsregeling tussentijds worden beëindigd zonder verificatievergadering wanneer de schuldenaar wel (geheel of gedeeltelijk) aan zijn verplichtingen kan voldoen, maar dat dit (na aftrek van de boedelkosten) geen baten zal opleveren waaruit enige uitkering van betekenis aan de schuldeisers kan worden gedaan. [36] Daarvan is sprake wanneer iemand geen verdiencapaciteit (meer) heeft door bijvoorbeeld een hoge leeftijd, geen perspectief op werk dan wel volledige arbeidsongeschiktheid. [37] De achterliggende gedachte van de wetgever is dat een verificatievergadering slechts een doel dient indien een uitkering van voldoende betekenis kan worden gedaan. Indien er weinig of niets uit te delen is en ook in de nabije toekomst niets uit te delen valt, is voortzetting van het schuldsaneringstraject niet zinvol en kan een verificatie op grond van art. 354a Fw achterwege blijven (‘het sop is de kool niet waard’). [38] In de parlementaire geschiedenis (MvT) is te lezen dat verificatie slecht een doel dient bij een uitkering van voldoende betekenis, en dat men hier zou kunnen denken aan een uitdelingspercentage dat beneden 2% van de vorderingen ligt. [39]
Schuldsanering2003/5, p. 7-10]. Dat is dan een lijst waarop de bij de bewindvoerder bekende schuldeisers staan vermeld met als uitdelingsbedrag ‘nihil’. Voor dit probleem biedt artikel 354a dus geen oplossing.”
de oproeping aan de schuldeisers voor de beëindigingszittingmeegedeeld dat van een verificatievergadering wordt 'afgezien'. Het betreft hier een mededeling, zonder dat aangegeven hoeft te worden of een schuldeiser wel/niet de mogelijkheid heeft te protesteren tegen de voorgenomen informele uitdeling. Echter, besluit een rechter-commissaris tot het houden van een pro forma verificatievergadering (indien de bewindvoerder geen 'echte' wenst) dan heeft een schuldeiser de mogelijkheid zich daartegen te 'verzetten', waarna een 'echte' verificatievergadering zal plaatsvinden: zie art. 328a lid 2 en lid 3 Fw.
Uit Richtlijn 4.3 blijkt niet of het bepaalde in art. 328a Fw wel/niet van overeenkomstige toepassing is. Is dat niet het geval, dan resteert voor een schuldeiser de mogelijkheid om zijn 'bezwaren' kenbaar te maken op de beëindigingszitting ex art. 352 Fw Pro, maar het is de vraag of de rechtbank dan wil/kan ingaan op die 'bezwaren' gelet op de criteria in art. 354 Fw Pro.
voortijdigwordt beëindigd omdat voortzetting daarvan niet gerechtvaardigd is (art. 354a Fw). Art. 354a Fw biedt geen soelaas voor schuldsaneringstrajecten die de reguliere looptijd hebben geduurd en/of waarin al wél een (pro forma) verificatievergadering heeft plaatsgevonden (zoals in de onderhavige zaak), maar er geen of slechts een gering bedrag aan uit te delen actief resteert. Indien de vorderingen zijn geverifieerd, zal namelijk formeel moeten worden bepaald wat daarop kan worden uitgedeeld.