ECLI:NL:GHARN:2011:BQ6161
Gerechtshof Arnhem
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening schorsing naheffingsaanslag omzetbelasting wegens ontbreken spoedeisend belang
Belanghebbende, een vennootschap onder firma, kreeg een naheffingsaanslag omzetbelasting opgelegd over de periode 2003-2006, inclusief een vergrijpboete en heffingsrente. Na bezwaar werd de aanslag verminderd, maar belanghebbende ging in beroep bij de rechtbank Arnhem. De rechtbank verklaarde het beroep gegrond en vernietigde de aanslag en bijbehorende beschikkingen.
Belanghebbende stelde hoger beroep in bij het Gerechtshof Arnhem en verzocht om een voorlopige voorziening om de naheffingsaanslag te schorsen, stellende dat de Inspecteur in strijd met de wet tot tenuitvoerlegging was overgegaan. De voorzieningenraadsheer behandelde het verzoek en overwoog dat een rechter in belastingzaken niet bevoegd is om over invorderingsmaatregelen te oordelen en dat een voorlopige voorziening alleen kan worden getroffen bij spoedeisend belang.
De voorzieningenraadsheer concludeerde dat geen spoedeisend belang bestond omdat de aanslag en beschikkingen waren vernietigd en er geen onherstelbaar nadeel dreigde. Daarom werd het verzoek afgewezen. Er werd geen proceskostenveroordeling uitgesproken. Tegen deze uitspraak is geen hoger beroep of cassatie mogelijk.
Uitkomst: Het verzoek tot voorlopige voorziening tot schorsing van de naheffingsaanslag wordt afgewezen wegens ontbreken van spoedeisend belang.