ECLI:NL:GHARN:2011:BQ6209
Gerechtshof Arnhem
- Hoger beroep
- A.H. Garos
- H. de Hek
- H. van Lokven-van der Meer
- Rechtspraak.nl
Vervangende toestemming erkenning kind geweigerd wegens belangen moeder en kind
De zaak betreft een geschil tussen de moeder en vader over vervangende toestemming tot erkenning van hun minderjarige kind. De rechtbank had op 22 oktober 2009 aan de vader vervangende toestemming verleend tot erkenning van het kind, tegen welke beschikking de moeder hoger beroep instelde. De vader stelde tevens incidenteel beroep in tegen een overweging van de rechtbank over omgang.
Het hof oordeelt dat het incidenteel beroep van de vader niet-ontvankelijk is omdat de rechtbank niet over omgang heeft beslist, maar slechts een overweging heeft gemaakt die aan de beslissing ten grondslag ligt. Het hof toetst vervolgens het verzoek tot vervangende toestemming tot erkenning aan de belangen van de moeder en het kind.
Op basis van het rapport van de Raad voor de Kinderbescherming en de zitting concludeert het hof dat erkenning door de vader een zodanige psychische druk op de moeder zal leggen dat het stabiele opvoedingsklimaat van het kind wordt geschaad. De angst van de moeder wordt als authentiek en gerechtvaardigd beoordeeld. De erkenning wordt daarom geweigerd en de beschikking van de rechtbank vernietigd.
Uitkomst: Het hof wijst het verzoek van de vader tot vervangende toestemming tot erkenning af wegens psychische belasting van de moeder en het belang van het kind.