ECLI:NL:GHARN:2011:BQ9235
Gerechtshof Arnhem
- Hoger beroep
- P.M. van Schie
- R. den Ouden
- M.G.J.M. van Kempen
- Rechtspraak.nl
Bevestiging forfaitair rendement van 4% in box 3 is niet strijdig met eigendomsrecht
Belanghebbende stelde bezwaar tegen de aanslag inkomstenbelasting 2007, waarin het voordeel uit sparen en beleggen forfaitair werd vastgesteld op 4% van de rendementsgrondslag. De rechtbank verklaarde het bezwaar ongegrond, waarna belanghebbende hoger beroep instelde.
Het hof overwoog dat het forfaitair rendement van 4% in box 3 is gebaseerd op de Wet inkomstenbelasting 2001 en dat deze regeling niet in strijd is met artikel 1 van Pro het Eerste Protocol bij het EVRM, dat het eigendomsrecht beschermt. De jurisprudentie van het Europese Hof voor de Rechten van de Mens laat ruime beoordelingsvrijheid aan de nationale wetgever toe bij belastingheffing over fictief rendement.
Belanghebbendes argumenten, waaronder een vergelijking met pensioenfondsen en een beroep op de hardheidsclausule, werden verworpen. De hardheidsclausule is niet toetsbaar door de bestuursrechter tenzij expliciet door de minister of staatssecretaris aan de inspecteur opgelegd.
Het hof bevestigde de uitspraak van de rechtbank en verklaarde het hoger beroep ongegrond. Beide partijen kunnen binnen zes weken cassatieberoep instellen bij de Hoge Raad.
Uitkomst: Het Gerechtshof bevestigt de rechtbankuitspraak en verklaart het hoger beroep ongegrond.