ECLI:NL:GHARN:2011:BQ9241
Gerechtshof Arnhem
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beëindiging schuldsaneringsregeling wegens onjuiste hypotheekbetalingsstelling
De zaak betreft een hoger beroep tegen het vonnis van de rechtbank Zwolle-Lelystad dat het verzoek tot beëindiging van de schuldsaneringsregeling had afgewezen. De schuldsaneringsregeling was eerder door het hof van toepassing verklaard op twee belanghebbenden.
In hoger beroep stelde de appellant dat de regeling ten onrechte van toepassing was verklaard, omdat één van de belanghebbenden, hierna geïntimeerde sub 2, niet de hypotheek steeds had betaald zoals hij had gesteld. Uit bankmutatieoverzichten bleek dat hij slechts van februari 2008 tot september 2009 hypotheekbetalingen had verricht en daarna geen betalingen meer had gedaan, noch aan de hypotheek noch aan de alimentatie.
Het hof oordeelde dat dit nieuwe feit, dat bij toelating tot de regeling niet bekend was, aanleiding geeft tot tussentijdse beëindiging van de regeling ten aanzien van geïntimeerde sub 2. Dit omdat hij niet te goeder trouw was bij het ontstaan van de alimentatieschuld en de niet-betaling mede heeft geleid tot executie van de woning.
Voor geïntimeerde sub 1 waren geen nieuwe feiten bekend die beëindiging rechtvaardigen, zodat de regeling voor hem gehandhaafd blijft. Het hof vernietigde het vonnis voor zover het de beëindiging ten aanzien van geïntimeerde sub 2 betrof en bevestigde het vonnis voor geïntimeerde sub 1.
Uitkomst: De schuldsaneringsregeling wordt tussentijds beëindigd voor één belanghebbende wegens onjuiste hypotheekbetalingsstelling en gebrek aan goede trouw.