ECLI:NL:GHARN:2011:BQ9858
Gerechtshof Arnhem
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep over waardering kantoorpand en proceskosten bij bestemmingsplanwijziging
Belanghebbende, eigenaar van een kantoor/bedrijfspand, stelde zich op het standpunt dat de waardering van haar onroerende zaak te hoog was vastgesteld vanwege het waardedrukkende effect van een bestemmingsplanwijziging en de daaruit voortvloeiende overlast en schade. De ambtenaar handhaafde de vastgestelde waarden voor de jaren 2008 en 2009.
De rechtbank Zutphen verklaarde het beroep ongegrond voor de WOZ-waarde en gegrond voor de aanslag onroerende zaakbelasting. Belanghebbende stelde hoger beroep in tegen deze uitspraken. Het hof oordeelde dat de ambtenaar voldoende rekening had gehouden met het waardedrukkende effect en dat de gebruikte vergelijkingsobjecten passend waren. De waardedaling door de Planschadecommissie werd niet gevolgd vanwege andere uitgangspunten en gebrek aan onderbouwing.
Daarnaast stelde het hof vast dat de rechtbank ten onrechte geen veroordeling in proceskosten had uitgesproken in één van de zaken en veroordeelde de ambtenaar tot vergoeding van € 79,12. Het hoger beroep werd deels gegrond verklaard en deels ongegrond, waarbij de uitspraak van de rechtbank grotendeels werd bevestigd.
Uitkomst: Hoger beroep deels ongegrond en deels gegrond; waardering bevestigd en ambtenaar veroordeeld tot vergoeding proceskosten.