ECLI:NL:GHARN:2011:BR0743
Gerechtshof Arnhem
- Hoger beroep
- J. van de Merwe
- J.P.M. Kooijmans
- G.T.K. Meussen
- Rechtspraak.nl
Beoordeling ondernemingsvermogen woongedeelte boerderij en heffingsrente navorderingsaanslag
Belanghebbende, een gepensioneerde vrachtwagenchauffeur en landbouwondernemer, betwistte een navorderingsaanslag inkomstenbelasting over 2000 die betrekking had op de boekwinst van een woongedeelte van een boerderij. Dit woongedeelte was na een nalatenschapsverdeling in 1984 verkregen en tot het ondernemingsvermogen gerekend, maar in 2000 onttrokken aan het ondernemingsvermogen en tot privévermogen gerekend.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, waarna belanghebbende hoger beroep instelde bij het Gerechtshof Arnhem. Het hof oordeelde dat het woongedeelte, ondanks dat het juridisch niet gesplitst was, zelfstandig rendabel was gemaakt en verhuurd werd, en dat belanghebbende het woongedeelte terecht tot het ondernemingsvermogen mocht rekenen zonder dat sprake was van bijzondere omstandigheden die onttrekking rechtvaardigden.
Verder werd het geschil over de heffingsrente behandeld. Partijen kwamen ter zitting overeen de heffingsrente te beperken tot ƒ 16.800. Het hof veroordeelde de Inspecteur in de proceskosten en gelastte de Staat het griffierecht aan belanghebbende te vergoeden.
De uitspraak bevestigt de navorderingsaanslag voor het deel van de boekwinst, vernietigt het bezwaar tegen de heffingsrente en beperkt deze tot het overeengekomen bedrag.
Uitkomst: Het hof bevestigt dat het woongedeelte tot het ondernemingsvermogen behoort en vermindert de heffingsrente tot ƒ 16.800.