ECLI:NL:GHARN:2011:BR1282
Gerechtshof Arnhem
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging naheffingsaanslagen en vergrijpboetes wegens ondeugdelijke rittenadministratie
Belanghebbende kreeg voor de jaren 2006 en 2007 naheffingsaanslagen loonbelasting/premie volksverzekeringen opgelegd, inclusief heffingsrente en vergrijpboetes, omdat hij niet kon aantonen dat de ter beschikking gestelde auto's minder dan 500 kilometer privé waren gebruikt. De Inspecteur had meerdere malen om een rittenregistratie gevraagd, maar de aangeleverde administratie voldeed niet aan de wettelijke eisen.
De Rechtbank Arnhem verklaarde het beroep van belanghebbende ongegrond, waarna belanghebbende hoger beroep instelde. Tijdens het hoger beroep was belanghebbende niet aanwezig bij de zitting, maar het hof oordeelde dat hij onvoldoende maatregelen had genomen om dit te voorkomen. Het hof nam het oordeel van de rechtbank over dat de rittenregistratie niet betrouwbaar was, mede op basis van gegevens van de Nationale Autopas en het Centraal Justitieel Incassobureau die niet overeenkwamen met de rittenadministratie.
Belanghebbende voerde aan dat de Inspecteur de gegevens onrechtmatig had verkregen, maar het hof verwierp dit en stelde dat de Inspecteur bevoegd was tot het opvragen van deze informatie. Ook het beroep op het gelijkheidsbeginsel faalde omdat de rittenadministratie onbetrouwbaar was. Het hof concludeerde dat de Inspecteur aannemelijk had gemaakt dat het niet betalen van de loonbelasting aan opzet van belanghebbende te wijten was, waardoor de vergrijpboetes passend waren. De naheffingsaanslagen, boetes en heffingsrente werden bevestigd.
Uitkomst: Het Gerechtshof bevestigt de naheffingsaanslagen, vergrijpboetes en heffingsrente wegens ondeugdelijke rittenadministratie en onvoldoende bewijs van beperkt privégebruik.